Of je nu 27 bent of 43, een borst kwijtraken is voor elke vrouw een nachtmerrie. Ga je uiteindelijk weer van je nieuwe lichaam houden of blijft het een gevecht om in de spiegel te kijken? En hoe reageert je partner erop? We vroegen het onze Jelly Nienke en Jacobien. Ook Jacobiens man, Theo, schoof even aan. Een emotioneel gesprek vol verdriet en vreugde.

Tekst: Willy van EssenFoto: Marleen Sahetapy

Jelly: “Ik weet nog dat na de borstamputatie door vier man het verband van mijn borst werd gehaald. Ik was alleen en voelde me zo bloot, zo rauw. Het was een verschrikkelijk moment. Ik heb huilend mijn moeder gebeld: ‘Je moet nu komen’. De artsen overrompelden mij. Zij bepaalden het moment dat ik geconfronteerd werd met mijn nieuwe borstkas; ik had eigenlijk geen keus. Vorig jaar lag ik opnieuw op de operatietafel toen mijn siliconen prothese eruit werd gehaald. Gelukkig was ik toen niet alleen; Patrick (haar vriend, red.) was erbij. Ik was zo bang, zag er zo tegenop om de wond te zien. Patrick haalde het verband eraf, ik was in paniek. Maar hij stelde me gerust: ‘Jel, het is zo mooi! De chirurg heeft het heel mooi gedaan, ik vind het zelfs nog mooier dan het siliconen implantaat.’ Er viel een last van mijn schouder. Deze woorden had ik echt nodig om ook zelf naar de wond te kunnen kijken.”

Jacobien: “Het is ook gewoon verschrikkelijk. Tijdens de chemo dacht ik heel vaak: ik wou dat die borst eraf was, zodat die tumor weg was. Dus ik keek er eigenlijk naar uit. Maar tegelijk vond ik het ook doodeng. Na de operatie kwam de zuster af en toe kijken, maar ik wilde het niet zien. Ik heb pas na een week met een spiekend oog gekeken. Zo deed ik het ook met mijn kale hoofd: daarbij begon ik eerst met mijn schaduw te bekijken. Ik kon een spiegel nog niet aan. Mijn verminkte lichaam heb ik thuis pas echt bekeken,  samen met een verpleegster. Ze deed een arm om me heen en hield me vast. Samen hebben we gekeken. Ze had gelijk; het zag er heel netjes uit. Dat voorjaar fietste ik met een kale kop en één borst rond. Op dat moment kon het me niet schelen. Ik zat in de roes van: ik leef nog en dat is het enige wat telt. Kon mij het schelen hoe anderen naar me keken. Het was lente, de zon scheen en ik was dankbaar dat ik nog leefde. Maar op dat moment ben je eigenlijk nog patiënt, je leeft nog met de gedachte dat je in een genezingsproces zit.”

Jelly: “Daarna begint pas het accepteren he. Dat is een enorm proces in je hoofd. Alles is anders. Ook vrijen is niet meer wat het was. Dat is zo ongelofelijk dubbel. Ene kant ben je blij dat je nog leeft, maar aan de ander kant ben je ook zoveel verloren.”

Jacobien: “Aangezien ik nu hormonen slik en spuit, ligt bij mij alles plat. Daardoor kom je direct in de overgang. Eigenlijk heb ik het lichaam van een 70-jarige. Ik lig daar echt wakker van. Theo reageert gelukkig heel lief; hij heeft er alle begrip voor. Maar ik denk soms echt: wat moet je met me?”

Jelly: “Weet je Jaco, ik hoor dit heel veel bij mijn patiënten. Ik raad dan aan om op samen op zoek te gaan naar een andere manier van verbinden op het gebied van seksualiteit, zoals bijvoorbeeld tantra. Daarbij raak je elkaar aan, laat je het doel even los, en ga je op een andere manier met elkaar in contact.”

Jacobien: “Toevallig dat je daarover begint; ik heb daar zelf ook wel eens over gelezen. Maar ja; durf je dat dan? Ik kan er gelukkig heel goed over praten met Theo. We nemen echt de tijd voor elkaar.”

Theo (man van Jacobien): “Jacobien is voor mij Jacobien, al moet er nog een been af. Dat klinkt heel raar, maar zij blijft voor mij gewoon dezelfde geweldige vrouw. Ik ben wel anders naar het leven gaan kijken. Ik ben een dag minder gaan werken, omdat ik graag meer bij Jacobien en de kinderen wil zijn.”

Jelly: “Patrick zegt ook wel eens: ‘Het gaat mij om jou, niet om hoe je eruit ziet.’ Met de liefde zit het wel goed. Ik denk dat de borstkanker mij echt mijzelf heeft gemaakt. Het masker dat ik vroeger op had, is weg.”

Jacobien: “Soms hoor ik vrouwen wel eens zeggen: ‘Mijn man is een echte borstenman’. Dat vind ik wel moeilijk om te horen nu. Hoe vind jij dat Jel?”

Jelly: “Nou, zo’n vent wil je toch ook niet! Als het echt alleen maar daar om gaat… Maar ik snap wel wat je bedoelt hoor; het kan je onzeker maken. Toen vorig jaar mijn silicone implantaten verwijderd waren voelde ik me zo krachtig en stoer. Ik was blij dat ze eruit waren. Maar nu vind ik het toch wel eens lastig; als stewardess lig ik nog wel eens aan het strand of aan een zwembad. Dat vind ik wel lastig, dat zijn momenten dat ik besef waarom andere vrouwen wel kiezen voor een reconstructie. Maar misschien blijft dat ook wel. Gelukkig ben ik over het algemeen wel oké met mijn nieuwe lijf.   Ik schaam me totaal niet. Ik had op mijn werk een keer een bh aan waarin je de Qup zag. Eerst dacht ik: oh shit. Vervolgens kon ik snel schakelen: fuck it, dit is het gewoon. Kortom; zulke gevoelens lopen wel door elkaar heen.

Jacobien: “Klopt. Zo stapte ik gisteren uit de auto bij een afspraak en besefte opeens: ik ben mijn Qup vergeten. Ik dacht, ik houd de sjaal er wel voor. Maar het was hartstikke warm. Dus ik dacht: Hoezo? Waarom moet ik mezelf anders voordoen? Dit is het gewoon, dit is wie ik nu ben. Dus ik heb mijn sjaal afgedaan. Het was even een worsteling. Maar wel goed om te beseffen: voor wie doe ik het nou eigenlijk? Eigenlijk is de rode draad dat het accepteren van één borst heel verwarrend is. Ik vind mezelf superstoer, een echte ‘warrior’: ik heb twee kinderen op de wereld gezet en borstkanker overleefd. Maar tegelijkertijd ben ik ook wel eens bang en schaam ik me.

Jelly: “Daarom was de ProudBreast fotoshoot ook zo fijn: om samen met nog drie borstkanker-overwinnaars voor de camera te staan. We hebben onze littekens aan elkaar laten zien, iedereen was heel vrij. Het voelde heel vertrouwd. We hebben dezelfde rugzak, dat schept direct een band.”

Jacobien: “Ja, dat was een hele bijzondere ervaring. Ik sta tegenwoordig gelijk in een liefdevolle verbinding met mensen. Door het overwinnen van de borstkanker heb ik nu grenzeloze liefde voor alle mensen om me heen. Dat had ik vroeger niet. Ik laat geen gezeik meer toe. Ik hou van jou, van mens tot mens.”

Jelly: “Ik was juist gefrustreerd, ik begreep de wereld niet meer, voelde me wereldvreemd. Ik miste alle verbinding met de wereld. Iedereen was altijd druk, de hele wereld leek maar door te gaan, terwijl ik heel ziek was en bezig was met de dood. Ik las er veel over. Ik zocht naar video’s over bijna dood ervaringen, want daar herkende ik mezelf in. Terwijl dat niet het geval was; ik stond nog ver van de dood af. Maar het doet zoveel met je ziel; dat kun je met je hoofd niet bevatten. Je maakt een hele spirituele transformatie door hè?”

Jacobien: “Ja echt. Ik had het wat dat betreft ook niet willen missen. Het heeft me zoveel gebracht. Als je kunt accepteren dat dit het is; dat dit je gewoon overkomt, dan kun je in die transformatie stappen. Het is bizar hoeveel vrijheid het je oplevert; dat je je kunt overgeven. Dat geeft echt rust. Ik was voor ik ziek werd een enorme controlfreak, ik plande en organiseerde alles. Ik wilde overal de regie over. Maar dat is een illusie. Ik ervaar nu zoveel meer vrijheid. Zelfs met één borst.”

In de volgende blog (over 2 weken) gaan we samen met Jacobien en Jelly in gesprek over voeding. Stay tuned!